Morning Yearning
Gepost in Zonder categorie op april 16, 2008 door marjoleinwamsZo fijn. Gewoon zo fijn.
Zo fijn. Gewoon zo fijn.
“don’t squeeze the fruit”
je zou de laatste druppels nog verspillen
je roept me
“don’t squeeze the fruit honey!”
ik roep je terug met mijn lichaam
als je niet snel
dan ik weg
wil ik je vertellen
maar blijkbaar, blijkbaar verteld mijn lichaam je iets anders
want je komt aangeschuifelt op het geluid van je voeten
langzaam op je voeten
vroeger hoorde ik je beter
ik word een beetje doof voor jou
maar dat betekent niet dat je hoeft te schreeuwen
juist niet
minder horen is meer leven
“don’t squeeze the fruit honey!” op je geschuifel
ik mis je hoofd op het kussen
dat eigenlijk aan vervanging toe is maar je geur te veel draagt
the first time that we met wil ik je vertellen
maar begrijpeloos zou je doorgaan met meer van me houden
ik word gek van je houden
je maakt me horendol met je verleidelijke hoofd
je tanden zijn te recht voor het leven dat je leeft
vanmorgen toen ik wakker werd ben ik naakt op het balkon gaan staan
je sliep nog in het holletje van je versleten kussen
niemand zag me en dat is jammer
nu zal niemand me ooit nog voor het eerst naakt zien
en zich verbazen over mijn diepe navel
Marjolein Wams 2008
Oversteken leer je van je vader en je moeder. Hand en hand. Kijkend, starend naar auto’s en ander gevaar. Bassie en Adriaan dragen daarbij hun steentje bij. Min broertje introduceerde het liedje. ‘Kijk links, kijk rechts, kijk nog een keer, voordat je oversteken moet!’ zong hij mijn zijn armpjes robuust voor zijn lijf zwaaiend. Als ik nu moet oversteken, kan ik niet anders dan…. Juist. Daarom.
Ik ben altijd bang dat ik sterven zal in de trein. Ik ga altijd dicht bij het toilet zitten. Dat als het gebeurd dat ik in stilte dood kan gaan. Het lijkt me vreselijk dood te gaan in een kleine menigte. Dat ze zich om me zullen bekommeren als bekommeren vrij zinloos is geworden.
Ik ben bang dat er geen dokters zijn die per trein reizen.
Op hoog catharijne voelt mijn hoofd altijd als een blikje. Ik weet dat elk moment iemand met een knuppel kan komen en dan is het afgelopen. Slaan en afgelopen. Zo eindig ik mijn leven als ik op hoog catharijne ben.
Mensen wanen zich in hun eigen wereld. Ik zie dat. Ik zie hun wereld en de vieze dingen die ze er in doen. Vrouw die haar gave kin open krabt en opeet wat onder haar nagel zit. Het bloed op likt wat op haar vinger achter blijft. Mensen in hun eigen wereld zijn vies, en ik wil dat wil ik niet altijd. Mensen die de prutjes uit hun ogen opzuigen, ruiken aan oorsmeer.
Ik begrijp mezelf niet goed en ik zie te veel. Ik zou zo graag willen dat ik heel gaaf dansen kon, en dat ik in de derde klasse van de trein mijn kunsten kan laten zien. Dat dat de mensen zo in vervoering brengt dat ze aan de noodrem zullen trekken. Ik wil dat mensen mijn verlengde arm zijn.
Buikgriep is de nieuwe pest. Men vermijd mij en mijd mij. Met buikpijn vrijen mag niet en leven ook niet.
Mag ik uberhaubt wel leven? Mijn buik knapt van het fruit. Wat als alle fruit de verboden vrucht was, wat als ik de verboden vrucht was? Ik zou het eten tot ik knapte.
Als ik sterven zou in een trein zou ik het doen op het toiletje. Zittend op de vieze bril met de sterke urine lucht in mijn neus prikkend. Ik zou nog net drie papieren hand doekjes op de bril hebben gelegd, in een driehoekje waar precies mijn billen op zouden passen. Ik zou mijn voeten naast elkaar zetten, mijn veters nog een keer strikken. Nog een keer mijn neus snuiten, twee keer per neusgat en het propje tussen mijn benen de rails op gooien.
Dan zou ik mijn hoofd in mijn handen en ademen. Net iets te hard ademen tot ik stik van mezelf. Ik zou stikken in mezelf. Denk ik. Zo doe je dat. Sterven in een trein.
Marjolein Wams 2008
Als ogen en vochtig
dan is het al te laat
te laat voor mij
als mensen daar
en beelden hier
dan is het al te laat
te laat voor mij
maar morgen was je anders
zei ik ooit tegen mezelf
morgen was je mooier dan je overmorgen zijn kan
maar als ik dan beloven mag
wat ik behalen wil
weet ik niet veel meer dan nu
nu is alles wat ik weet
en wat ik weten zal
want ogen en vochtig
en het is te laat
te laat voor handen
die mijn buik koelen
en voor zingent over straat op het ritme van onze stappen
ik ben te snel van het leven afgestapt
denk ik
Marjolein Wams 2008
Maak ik de dingen mooi
of droom ik ze een beetje
ik herrijs in mijn dromen
boven de wolken uit tot ik God een hand kan geven
en ik vraag hem
“Mag het een onsje minder zijn?”
en ik laat zijn hand niet los
voor hij mij beloofd
van liefde en licht en voorspoed
ik vraag niet veel
ik zoek gewoon
naar de zin
en naar jou
maar beiden kan ik niet vinden
dus bedenk ik een beetje
hoe je me aankijken zou
als ik vertel dat ik God heb gesproken
je zou me niet geloven
jij gelooft niet zo in mij
terwijl aan mijn hand
nog wat god zou kleven
ik ben een object voor lusten en lasten
en ik wil niet zo graag lastig zijn
Marjolein Wams 2008