Nssssssssst
Ik ben altijd bang dat ik sterven zal in de trein. Ik ga altijd dicht bij het toilet zitten. Dat als het gebeurd dat ik in stilte dood kan gaan. Het lijkt me vreselijk dood te gaan in een kleine menigte. Dat ze zich om me zullen bekommeren als bekommeren vrij zinloos is geworden.
Ik ben bang dat er geen dokters zijn die per trein reizen.
Op hoog catharijne voelt mijn hoofd altijd als een blikje. Ik weet dat elk moment iemand met een knuppel kan komen en dan is het afgelopen. Slaan en afgelopen. Zo eindig ik mijn leven als ik op hoog catharijne ben.
Mensen wanen zich in hun eigen wereld. Ik zie dat. Ik zie hun wereld en de vieze dingen die ze er in doen. Vrouw die haar gave kin open krabt en opeet wat onder haar nagel zit. Het bloed op likt wat op haar vinger achter blijft. Mensen in hun eigen wereld zijn vies, en ik wil dat wil ik niet altijd. Mensen die de prutjes uit hun ogen opzuigen, ruiken aan oorsmeer.
Ik begrijp mezelf niet goed en ik zie te veel. Ik zou zo graag willen dat ik heel gaaf dansen kon, en dat ik in de derde klasse van de trein mijn kunsten kan laten zien. Dat dat de mensen zo in vervoering brengt dat ze aan de noodrem zullen trekken. Ik wil dat mensen mijn verlengde arm zijn.
Buikgriep is de nieuwe pest. Men vermijd mij en mijd mij. Met buikpijn vrijen mag niet en leven ook niet.
Mag ik uberhaubt wel leven? Mijn buik knapt van het fruit. Wat als alle fruit de verboden vrucht was, wat als ik de verboden vrucht was? Ik zou het eten tot ik knapte.
Als ik sterven zou in een trein zou ik het doen op het toiletje. Zittend op de vieze bril met de sterke urine lucht in mijn neus prikkend. Ik zou nog net drie papieren hand doekjes op de bril hebben gelegd, in een driehoekje waar precies mijn billen op zouden passen. Ik zou mijn voeten naast elkaar zetten, mijn veters nog een keer strikken. Nog een keer mijn neus snuiten, twee keer per neusgat en het propje tussen mijn benen de rails op gooien.
Dan zou ik mijn hoofd in mijn handen en ademen. Net iets te hard ademen tot ik stik van mezelf. Ik zou stikken in mezelf. Denk ik. Zo doe je dat. Sterven in een trein.
Marjolein Wams 2008